Een duik in de regels voor bronbemaling

Bij de aanleg van zwembaden en zwemvijvers is bronbemaling vaak noodzakelijk. Tegelijk staat het oppompen en lozen van grondwater steeds meer onder druk. Droogteperiodes en dalende grondwaterstanden zorgen ervoor dat de regels veranderd zijn met de inwerkingtreding van de zogenaamde Grondwatertrein op 8 april 2025.

Daarom bieden we, samen met de Belgische Federatie van Zwembad- en Wellnessprofessionals en op basis van de expertise van Griet Goossens, adviseur Milieu en Klimaat bij Embuild Vlaanderen, een helder overzicht van de belangrijkste wijzigingen.

Van droogte naar regelgeving

De verstrengde regels rond bronbemaling komen niet uit het niets. Al sinds het einde van het vorige decennium wordt duidelijk hoe kwetsbaar het watersysteem in Vlaanderen is. Het nieuwe kader, de Grondwatertrein, werd voor het eerst principieel goedgekeurd eind 2022, doorliep daarna een lang traject van advies en overleg en werd definitief vastgelegd in 2024. De meeste bepalingen die specifiek betrekking hebben op bemalingen, traden in werking op 8 april 2025. Vanaf dat moment gelden nieuwe spelregels voor iedereen die grondwater oppompt, ook op kleinere werven.

Wat is de Grondwatertrein?

Die Grondwatertrein is geen afzonderlijke wet, maar een geheel van wijzigingen aan bestaande milieuregels die het beheer van grondwater, en dus ook bemalingen op werven, strenger en duidelijker moeten maken. De benaming sluit aan bij de Vlaamse praktijk om grotere pakketten aanpassingen aan het milieurecht als een ‘trein’ te benoemen, waarbij meerdere wijzigingen in één beweging worden doorgevoerd.

Met de Grondwatertrein wil de overheid meer grip krijgen op wat er op werven gebeurt. In het verleden werden debieten vaak wel gemeten, maar ontbrak het aan een centraal en betrouwbaar overzicht. De gegevens werden niet systematisch gerapporteerd via DOV (Databank Ondergrond Vlaanderen), waardoor het moeilijk was om exact te weten hoeveel water werd opgepompt, waar dat water naartoe ging en hoe lang een bemaling effectief duurde.

De nieuwe regels voor bemalingen zetten daarom sterk in op meetbaarheid, opvolging en transparantie. Dat vertaalt zich onder meer in strengere meetverplichtingen, meer rapportering en een duidelijkere afbakening van wanneer een bemaling vergunningsplichtig is en wanneer niet. Het rapporteren via DOV is dus nieuw.

Tegelijk wil de Grondwatertrein het oppompen en afvoeren van grondwater rationeler maken. Bemalingen moeten gerichter gebeuren en beter afgestemd zijn op wat nodig is voor de werken. Water dat wordt opgepompt, moet waar mogelijk opnieuw in de ondergrond worden gebracht of nuttig worden ingezet, in plaats van automatisch te worden afgevoerd naar de riolering. Dat principe zat al langer in de regelgeving, maar wordt nu veel concreter ingevuld en in sommige gevallen ook verplicht.

Nieuwe begrippen die het verschil maken
Wie de nieuwe regels rond bemaling wil begrijpen, kan niet om een aantal basisbegrippen heen. Ze klinken misschien abstract, maar hebben een directe impact op de praktijk op de werf.

Een eerste belangrijk begrip is bemalingswater. Daarmee wordt al het grond- en bodemwater bedoeld dat bij een bemaling wordt opgepompt. Het maakt daarbij geen verschil of het gaat om een klassieke filterbemaling, een open bouwput of een andere technische uitvoering. Alles wat wordt opgepompt in functie van droog te kunnen werken, valt onder die definitie.

Daarnaast is er het begrip nettodebiet of nettovolume. Dit is cruciaal, omdat bemalingen voortaan niet meer worden beoordeeld op het totale opgepompte volume, maar op het nettovolume. Dat betekent het volume water dat effectief aan het grondwatersysteem wordt onttrokken, verminderd met het water dat opnieuw in dezelfde watervoerende laag wordt teruggebracht. Wie dus een deel van het bemalingswater retourneert of infiltreert, ziet dat rechtstreeks weerspiegeld in het nettovolume. Dat maakt dit begrip meteen ook een sturend element in de nieuwe regelgeving.

Ten slotte is er de infiltratievoorziening. Dat is een voorziening waarin water tijdelijk wordt opgevangen en vervolgens in de bodem kan insijpelen, zonder rechtstreeks af te vloeien naar een beek, gracht of andere waterloop. Die definitie is afgestemd op de bestaande regels voor regenwater en maakt duidelijk wanneer bemalingswater daadwerkelijk in de bodem infiltreert, wat belangrijk is om te bepalen of aan de verplichting tot terugbrengen in de ondergrond wordt voldaan.

Wanneer is een bemaling vergunningsplichtig?
In het verleden speelden onder meer de bestemming van het gebied en het jaardebiet een rol. De beoordeling gebeurt voortaan op projectbasis en vertrekt van drie duidelijke criteria. Het eerste criterium is het netto opgepompte volume per project. Daarbij zijn er drempels die bepalen of een bemaling in een lichtere of zwaardere klasse terechtkomt. Het tweede criterium is het netto opgepompte volume per dag, met een belangrijke grens rond 1.000 kubieke meter per dag. Het derde criterium is de verlaging van het grondwaterpeil ten opzichte van het maaiveld, met een grens van vier meter. Er wordt in deze rubriek dus niet langer rekening gehouden met de bestemming van het gebied.

De combinatie van die drie factoren bepaalt of een bemaling niet ingedeeld is, of valt onder klasse 3, 2 of 1. Hoe zwaarder de klasse, hoe uitgebreider de procedure en hoe hoger het niveau waarop de vergunning wordt behandeld. 

Voor zwembad- en zwemvijverbouwers is vooral belangrijk dat kleinere bemalingen soms buiten de vergunningsplicht kunnen vallen, maar alleen als strikt aan alle voorwaarden wordt voldaan. Zodra één van de drempels wordt overschreden, wordt de bemaling ingedeeld en gelden meteen bijkomende verplichtingen. Dat maakt een correcte inschatting vooraf essentieel.

Vrijstelling voor korte bemalingen
Een van de meest besproken nieuwigheden in de Grondwatertrein is de vrijstelling voor kleine, kortdurende bemalingen. Deze is zeer interessant, maar niet zonder voorwaarden. Waar vroeger elke bemaling, hoe beperkt ook, minstens meldingsplichtig was, is dat nu niet langer het geval. Dat klinkt misschien als goed nieuws, maar die vrijstelling komt met duidelijke grenzen.

Een bemaling kan vrijgesteld zijn van vergunnings- en meldingsplicht wanneer ze technisch noodzakelijk is voor de uitvoering van werken en alle voorwaarden tegelijk worden gerespecteerd. Het gaat om vier cumulatieve criteria. Ten eerste mag het opgepompte debiet niet hoger zijn dan 1.000 kubieke meter per dag. Daarnaast mag het totale volume niet meer bedragen dan 10.000 kubieke meter. Ook de verlaging van het grondwaterpeil is begrensd tot maximaal vier meter onder het maaiveld. Tot slot geldt een maximale duur van 14 opeenvolgende kalenderdagen, te rekenen vanaf de opstart van de bemaling.

Maar het feit dat een bemaling vrijgesteld is, betekent niet dat er geen regels gelden. De bemaling moet nog altijd geplaatst worden door een erkend boorbedrijf. Debietmeters blijven verplicht en de toepassing van de bemalingscascade blijft gelden. Bovendien moet de bemaling zo worden uitgevoerd dat de verlaging van het grondwaterpeil niet langer wordt aangehouden dan strikt nodig voor de werken.

Wat is de bemalingscascade?
De bemalingscascade is een vaste volgorde die bepaalt wat je met opgepompt grondwater moet doen, van meest duurzaam naar minst wenselijk. Het is geen techniek op zich, maar een denkkader dat je stap voor stap moet volgen. Daarbij moet je ook kunnen motiveren waarom een bepaalde keuze wordt gemaakt.

Stap 1: zo weinig mogelijk water oppompen
De eerste stap is altijd het beperken van het opgepompte volume. Dat kan door gerichter te bemalen, het grondwaterpeil automatisch te sturen of water terug in de ondergrond te brengen via retourbemaling of infiltratie. Hoe minder water wordt onttrokken, hoe kleiner de impact op de omgeving. Bij grotere en langdurige bemalingen komt ook het plaatsen van waterremmende wanden in beeld.

Stap 2: nuttig gebruik van bemalingswater
Lukt het niet om al het water terug in de bodem te brengen, dan komt hergebruik in beeld. Bemalingswater kan bijvoorbeeld ingezet worden voor werfgebruik, reiniging of beregening, op voorwaarde dat de waterkwaliteit dit toelaat en er geen hinder ontstaat.

Stap 3: lozing in oppervlaktewater
Pas wanneer hergebruik niet mogelijk is, mag bemalingswater geloosd worden in oppervlaktewater, zoals een gracht of beek. Ook dit moet technisch en milieukundig verantwoord gebeuren.

Stap 4: lozing in de riolering
Lozen in de riolering is de laatste stap in de cascade en mag alleen als geen van de vorige opties haalbaar is. Wat vroeger vaak de standaard was, is vandaag de uitzondering.

Wat moet je als professional onthouden?

  • Neem bemaling vroeg in het project mee op, niet pas bij de start van de werken.
  • Maak vooraf een realistische inschatting van debiet, duur en grondwaterverlaging.
  • Controleer of je bemaling vrijgesteld of vergunningsplichtig is en respecteer strikt de drempels.
  • Werk altijd met een erkend boorbedrijf, ook bij vrijgestelde bemalingen.
  • Voorzie debietmeting en opvolging en stuur bij waar nodig.
  • Pas de bemalingscascade correct toe: beperken, infiltreren, hergebruiken, pas dan lozen.
  • Check vooraf of wateranalyse nodig is.
  • Bekijk lozing op voorhand, niet ad hoc op de werf.


Op de website van de Belgische Federatie van Zwembad- en Wellnessprofessionals (www.zwembad-bouwers.be) vind je informatie over professionele thema’s en andere boeiende content terug. Absolute aanraders!