
De zwembadsector heeft de voorbije jaren een opvallend grillig verloop gehad. Na de uitzonderlijke vraag naar zwembaden tijdens de covidjaren 2020 en 2021, toen investeren in de eigen tuin plots bovenaan de agenda stond, kwamen we vanaf 2022 in een totaal ander economisch landschap terecht. De energiecrisis als gevolg van de oorlog in Oekraïne, gevolgd door een periode van hoge inflatie en onzekerheid in 2023 en 2024, zette de markt merkbaar onder druk. Dit werd voelbaar in een duidelijke afkoeling van de markt, met vooral minder vraag naar projecten in het middensegment.
Die snelle opeenvolging van economische fases heeft de zwembadsector grondig door elkaar geschud. Joeri Dils, bestuurslid van de Belgische Federatie van Zwembad- en Wellnessprofessionals en zaakvoerder van T&A Group, kijkt vooruit naar wat 2026 brengt. Vanuit zijn rol binnen de federatie en zijn actieve betrokkenheid bij de European Swimming Pool Association (EUSA) volgt hij de evoluties in de Europese zwembadmarkt van dichtbij.
“Na de piek tijdens de covidperiode is er onvermijdelijk een correctie gekomen in de markt”, stelt Joeri Dils. “Die werd versterkt door de energiecrisis en de hoge inflatie. Op twee jaar tijd zijn zwembadprijzen met 10 tot soms 20 procent gestegen. Dat heeft vooral het middensegment geraakt.” Dat middensegment van zwembaden is nauw verbonden met de werkende middenklasse, die voorzichtiger is geworden met grote investeringen. Vooral nieuwbouwprojecten kwamen daardoor onder druk te staan.
Het luxesegment bleef daarentegen opvallend stabiel. “Dat is een klassiek patroon”, kadert Dils. “Zoals luxemerken in andere sectoren minder gevoelig zijn voor economische schommelingen, geldt dat ook voor het hogere segment in de zwembadbouw.” Tegelijkertijd verschoof een deel van de markt richting renovatie. “Zwembaden van tien tot twintig jaar oud kwamen vaker in aanmerking voor technische updates, nieuwe afdekkingen of energiezuinigere installaties. Voor veel zwembadbouwers vormde die renovatiemarkt een belangrijke buffer in een moeilijkere periode.”
Zicht op groei
Wat we vandaag in Europa zien, is een markt die zich stilaan stabiliseert. “De meeste spelers verwachten opnieuw een lichte groei, zowel in nieuwbouw als in renovatie.” Die signalen komen niet alleen uit België. In Frankrijk, waar men drie opeenvolgende jaren van terugval kende, zijn de eerste tekenen van herstel zichtbaar. “In het derde en vierde kwartaal van 2025 was daar al een stijging zichtbaar in offertes en bestellingen. Die dossiers worden normaal gezien begin 2026 uitgevoerd en wijzen erop dat de markt opnieuw in beweging komt.”
Toch blijft voorzichtigheid geboden. Het verwachte herstel zal zich vooral uiten in een geleidelijke terugkeer naar een normaal marktniveau, eerder dan in een plotse groei. “We zijn realistisch positief. Het eerste en tweede kwartaal ogen goed en bij veel bedrijven is de planning tot aan het bouwverlof al stevig ingevuld.” Cijfers van sectororganisaties ondersteunen dat beeld. Recente rapporten tonen een toename van offertes en bestellingen, wat erop wijst dat de markt opnieuw in beweging komt. Dat herstel tekent zich vooral af in het midden-hoge en hoge segment. “Hoe het jaar uiteindelijk uitpakt, zal mee bepaald worden door de verkoop in de eerste jaarhelft en door externe factoren zoals het weer.”
“Een nat of grijs voorjaar kan investeringsbeslissingen bij particulieren uitstellen, met directe gevolgen voor de rest van het seizoen. Zwembad en tuin zijn sterk met elkaar verweven, waardoor men vaak pas denkt aan zwemmen zodra de eerste zonnige dagen zich aandienen. In 2024 liet het weer niet toe om zwembaden vroeger dan eind mei of begin juni zomerklaar te maken. In zo’n scenario mis je de aanvragen die nodig zijn om het derde en vierde kwartaal te vullen. Ook het lage segment, met onder meer opzetzwembaden, blijft sterk weersafhankelijk.”
“Als we naar het bredere maatschappelijke kader kijken, zien we bovendien dat de klassieke middenklasse onder druk staat”, gaat Joeri Dils verder. “De hogere middenklasse wordt geleidelijk breder en er tekent zich een steeds groter verschil af met de lagere middenklasse. In de zwembadsector vertaalt die bredere, hogere middenklasse zich in een doordachtere benadering van projecten, met meer aandacht voor duurzaamheid, gebruikskosten en meerwaarde op lange termijn. De impulsieve aankopen uit de covidjaren hebben plaatsgemaakt voor meer weloverwogen beslissingen.” In dat kader winnen thema’s zoals water- en energieverbruik, vergunningen en nieuwe vormen van dienstverlening opnieuw aan belang. Het zijn precies die onderwerpen die ook in de komende jaren richtinggevend zullen blijven voor de verdere ontwikkeling van de sector.